Een goed boek, een goed, degelijk, lekker en verstandig boek, dat is Jeroen Meus’ Dagelijkse Kost. Maar jongens, moest het nu zomaar, hup, de Nederlandse markt op gestuurd worden? In de Originele Versie? Met busseltjes peterselie, platte kaas, koriandergraan, pladijzen, zwarte pens, graanmosterd, toastbrood en grijze garnalen?
Meus is het culinaire wonderkind van Vlaanderen, met hooggewaardeerde programma’s op de televisie en een eigen restaurant, Luzine bij Leuven. Sinds enkele maanden verschijnt er om de week in de Volkskrant op vrijdag een fraai restaurantrecept van hem. Maar laat je door de fraaie opmaak en bewerkelijkheid daarvan niet op het verkeerde been zetten: Meus doet niet altijd ingewikkeld. In dit boek, horende bij de gelijknamige tv-serie, al helemaal niet. Dagelijkse kost is dagelijkse kost. Maar dan wel Vlaams. En daarom voor Nederlandse lezers die niet ingevoerd zijn in het Vlaamse culinaire jargon moeilijk te begrijpen.
Meus als exportartikel, opeens met een rubriek in de Volkskrant! De uitgever moet ernstig op zijn bol hebben gekrabd en besloten de makkelijke, en vooral snelle manier te hanteren om mee te surfen op de mogelijke populariteitsgolf, en dus de derde druk van Dagelijke Kost gewoon maar in Nederland te gaan verspreiden. Niet verstandig, dunkt me. Niet alleen hebben ingrediënten soms andere namen, maar ook de verkrijgbaarheid is niet hetzelfde. Grote rollen kruimeldeeg zijn bij ons niet te krijgen, net zo min – voor zover ik weet – als Oxo (vleesextract). Gek genoeg is amandelpoeder ook een incourant artikel bij ons. En de Belgen noemen gamba’s nog steeds scampi, wat bij ons terecht bestreden wordt (het is het Italiaanse woord voor langoustientjes, Noorse kreeftjes).
Het lezen van het boek is een vermakelijk ‘zoek de verschillen’ spel. En tegelijk een culturele exercitie. Ook bij de Vlamingen blijkt de culinaire blik zich te verruimen: behalve klassiekers als gehaktballetjes met bleekselderij en konijn met pruimen staan er nasi goreng in, vegetarische curry, tonijnsteak met Thaise dressing. Dat is mooi. Maar Meus’ recepten zijn niet spannend genoeg – zijn ook niet bedoeld als spannend – om de aanschaf te rechtvaardigen. Kortom, een gezellig, smakelijk basisboek. Maar voor Nederlanders?
Spaghetti met pancetta, kerstomaat en rucola
Voor 4 personen
Dit recept is ingekort en stevig ‘hertaald’
500 g spaghetti
4 plakken pancetta (o,5 cm dik)
12 kleine trostomaten
3 uien
1 teen knoflook
1 handvol rucola
klein handje verse basilicum
100 g pijnboompitten
een blokje verse Parmezaanse kaas
50 ml olijfolie
Breng een grote pan water aan de kook met 10 g zout per liter. Rooster de pijnboompitten onder de grill of in een koekenpannetje goudbruin. Let op, ze kunnen makkelijk verbranden!
Snij de tomaten in partjes.
Snipper de uien en de knoflook. Bak ze op laag vuur glazig in de olijfolie. Snij de pancetta in reepjes of vierkantjes. Laat ze kort meestoven. Voeg dan de tomaten toe, roer om en zet het vuur uit.
Kook de pasta al dente, giet af en meng hem met het tomatenmengsel. Draai er wat zwarte peper over. Meng er vlak voor het opdienen de rucola, basilicum en pijnboompitten door en bestrooi met schilfers Parmezaanse kaas.
Jeroen Meus: Dagelijkse Kost
Uitgeverij Van Halewyck, 192 pag., € 19,95
