Smaakvertellingen

Eet je gezond – voedsel als medicijn, een historisch overzicht

Waar houdt eten op en begint de genezing? De scheidslijn tussen voedsel en medicijn is onduidelijk. Dat goed eten bevorderlijk is voor een gezond lijf en geest is een open deur. Maar kun je met voedsel een garantie kopen op een lang leven of zelfs een ziekte genezen? In de westerse geneeskunst is men uitermate terughoudend. Een blik op de bonte reeks van opvattingen en ideeën door de geschiedenis heen, als tegengif voor te hooggespannen verwachtingen.

 

Onduidelijkheid

Het klinkt misschien vreemd, maar er is maar weinig bekend over de effecten van voedsel op ons lichaam en onze gezondheid. Van een aantal dingen zijn we nu overtuigd dat ze slecht zijn, zoals zwart verbrand vlees. Van nog een stel weten we dat we niet te veel moeten binnenkrijgen, zoals rood vlees en de gebruinde korsten van brood, chips en patat. Maar wat is ‘niet te veel’?

Veel lastiger wordt het als het om positieve effecten gaat. Waarvan blijven of worden we gezond? Het probleem is dat onze voeding zo divers is; als omnivoren eten we een immens scala aan dingen. De mens weet te overleven in zeer uiteenlopende klimaten en omstandigheden, met uiterst verschillende voeding. Daar onderzoek naar doen – wat de basis vormt voor de wetenschap – is lastig, omdat het moeilijk is nulgroepen te vormen, zeker als dat onderzoek over langere tijd moet gaan lopen. Gegevens halen uit statistische gegevens is risicovol, omdat je niet altijd zeker bent welke kant de correlatie op werkt: mensen die veel groenten eten zijn intelligenter dan anderen, maar wat komt door wat?

 

Hoop

Mede doordat er geen duidelijke bewezen verbanden zijn tussen voeding en genezen, is er ruimte voor allerlei ideeën die daar juist wel van uitgaan. Het merendeel van de studies naar bijvoorbeeld het verband tussen voeding en kanker levert bitter weinig op, maar dat weerhoudt mensen er niet van allerlei diëten of ingrediënten te omarmen.

 

Temperamentenleer

Het is vooral de westerse geneeskunst van de laatste eeuwen die voeding en medicijn gescheiden heeft. Voor die tijd hingen ook de artsen de holistische aanpak aan, gegrondvest op de ideeën uit de Oudheid van Hippocrates en Galenus. Mensen waren in vier basistypen te verdelen, cholerisch, sanguinisch, flegmatisch en melancholisch. Volgens deze temperamentenleer werd ziekte veroorzaakt door een verstoring van de balans van elk type. De traditionele Chinese geneeskunst en die uit India, de Ayurveda, hanteren vergelijkbare principes. Ziekte is een staat van onbalans, en het evenwicht kan hersteld worden met medicijnen en de juiste voeding. Wie er op een vrijblijvende en smakelijke manier aan wil snuffelen, kan in Den Haag terecht bij Han Ting Cuisine, het onlangs met een Michelinster gekroonde restaurant. Dat biedt een kruidenmenu aan dat bestaat uit vijf gerechten die zijn gericht op het hart, de lever, de nieren, de milt en de longen.

 

Granen, nee, vlees!

In de 19e eeuw leverde de Duitse chemicus Justus Liebig een grote bijdrage aan de wetenschap door alle voedsel in te delen in koolhydraten, vetten en eiwitten (en kunstmest uit te vinden). Maar hij ging verder en besloot dat vlees de beste voeding was, aangezien het alle goede dingen van planten in zich droeg. Om de volksgezondheid te bevorderen werkte hij lang aan een vleesconcentraat, Liebig’s fleisch extract, dat in 1865 op de markt kwam en de armen voor weinig geld de zegeningen van dierlijk eiwit moest brengen.

John Harvey Kellogg was later in de 19e eeuw een overtuigd vegetariër. Hij vond dat koolhydraten de mensheid zou behoeden voor ziekte (en zedelijk verderf, vooral door seks) en propageerde de net uitgevonden ontbijtgranen.

 

Vitaminegeloof

Rond 1920 werden de vitamines en het belang ervan ontdekt, wat in de jaren ‘30 en ‘40 tot een hype leidde. Vitamine A werd verplicht aan margarine toegevoegd, ook al kwamen tekorten eraan niet voor. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Amerika in de ban van vitamine B. ‘Vitamins will win the war’ was een slogan van het War Agency. Het geloof in vitamines, quasi-magische stoffen die iedereen nodig heeft, nam snel de vorm aan dat je er maar beter veel van kon eten. Dat beeld klopt niet, kan zelfs gevaarlijk zijn, maar blijft uiterst hardnekkig. De omstreden orthomoleculaire therapie gaat ervanuit dat ziekte genezen kan worden door hoge doses vitaminen en mineralen.

 

Moermanmethode

In 1939 ontwikkelde de huisarts en duivenliefhebber Cornelis Moerman een dieet tegen kanker dat hij baseerde dat op de waarneming dat duiven de ziekte nooit krijgen. De belangrijkste kenmerken waren geen vlees, vis, aardappelen en suiker, en aanvankelijk ook geen koffie, thee en water (!), maar wel peulvruchten, zilvervliesrijst, groenten en veel (sap van) citrusfruit.

De internist Hans Houtmuller ontwikkelde het dieet verder en beweerde in de jaren negentig zichzelf ermee van niet-behandelbare kanker te hebben genezen, iets waar hij later op terugkwam.

 

Paleo en rauw

Sommige mensen zijn ervan overtuigd dat het voedsel van de mensheid van voor het ontstaan van landbouw en veeteelt superieur was. Maar waaruit bestond dat ‘paleodieet’? Men wordt het er niet over eens. Een van de loten aan die stam is dat van het raw food. Rawfoodies – recent nog in het nieuws door de moeder die haar zoon ermee opvoedt – wijzen alle voedsel af dat verhit is tot boven de lichaamstemperatuur, en ook granen, vlees en zuivel. Andere paleodieetadepten menen juist dat veel vlees of vis de sleutel is voor een lang en gezond leven.

 

Vasten en ontgiften

In plaats van speciaal voedsel tot je te nemen, zijn er ook mensen die menen dat je gezond wordt door er juist vanaf te zien. Wetenschappelijk zijn er nooit positieve fysiologische effecten gemeld van vasten (maar misschien morele wel?). Bij ‘ontgiften’ of  ‘detoxen’ en ‘ontslakken’ wordt er van uitgegaan dat ons lichaam zich in het gewone leven onvoldoende ontdoet van kwalijke stoffen uit bloed en darmen, en dat dat via een speciaal dieet of door vasten wel gebeurt. Ook daarvoor bestaat geen wetenschappelijke basis.

 

E-nummers en aspartaam

In de strijd om algehele gezondheid om om ziekten te genezen kun je in plaats van (bijna) alle voedsel afwijzen ook alleen bepaalde dingen weglaten. Zo kwam in de jaren ’90 een angst tegen ‘e-nummers’ op. Ook heel wat gewone voedingsstoffen hebben zo’n e-nummer, wat slechts betekent dat het een door de Europese Unie toegelaten toevoeging is. De vrees gold vooral kleur-, geur- en smaakstoffen van chemische oorsprong. Ook suikervervangers als aspartaam worden voor velen – maar zelden door wetenschappers – als verdacht gezien.

 

Wondervoedsel

In de jaren negentig was er een nieuw gezondheidsgeloof: dat in de antioxidanten, stoffen die de gevaarlijke ‘vrije radicalen’ in het lichaam bestrijden. Groenten en fruit met een hoog gehalte aan antioxidanten, zoals vitamines A, C en E zouden beschermen tegen vooral kanker. Maar al snel bleek dat een teveel aan die antioxidanten erger is dan de kwaal.

Regelmatig komen er berichten over de zegende effecten van bepaalde dingen, groene thee, frambozen, chocolade. Maar steevast blijkt het gebakken lucht.

 

Functional foods

De voedingsindustrie is permanent op zoek naar producten met een toegevoegde waarde. Ziekten voorkomen of zelfs genezen kan grote winsten opleveren. Was tot niet zo lang geleden de markt redelijk vrij voor het maken van claims, inmiddels is dat niet meer zo. Alle kreten en beweringen moeten onderbouwd zijn door gedegen wetenschappelijk onderzoek. De claims van de makers van probiotische yoghurt zijn door de European Food Safety Authority niet als geldig erkend. Zij vielen dan ook terug op vaagheden als ‘versterkt de algemene weerstand’. Die van Becel pro.activ – ‘verlaagt het cholesterol’ – wel; het is bewezen dat de margarine het slechte cholesterolniveau in ons bloed verlaagt. Causaal bewijs dat cholesterolverlaging hart- en vaatziekten vermindert is echter nooit geleverd. De hypothese dat cholesterol van invloed zou zijn ontmoet kritiek in de wetenschap.

Een mogelijk probleem van functional foods is dat ze ‘voor de zekerheid’ gebruikt worden door mensen die niet aan een kwaal leiden. Vandaar dat Foodwatch vorig jaar pleitte voor een verbod op de verkoop van Becel pro.activ; het product zou alleen op doktersrecept verkrijgbaar moeten zijn. De aangespannen rechtszaak daarover werd door Foodwatch verloren.

 

Persoonlijke aanpak

Als nieuw gebracht maar eigenlijk zeer oud is de gedachte dat een ideaal voedingspatroon persoonlijk is. Tot nog niet eens zo lang geleden waren er artsen die het oude idee verdedigden dat een boer of arbeider andere, grovere kost nodig had dan de aristocraat of opgeleide burger, omdat hij luxe ingrediënten als witbrood en asperges eenvoudigweg niet kon verteren, terwijl omgekeerd het blauwe bloed niet overweg kon met knollen en bonen. De hedendaagse versie van die gedachte vind je bijvoorbeeld bij het bloedgroependieet, waarbij je bloedgroep bepaalt wat je wel en niet mag. Er zijn bedrijven die aanbieden je bloed te onderzoeken en op grond daarvan het ideale dieet samen te stellen; voor de leek misschien overtuigend, maar wetenschappelijk nog niet hard te maken. Het wachten is op de volgende stap: van bloedonderzoek naar de bepaling van je DNA-profiel. Bezwaar is echter dat we de verbanden tussen voeding en de immense schakering aan mensen nog nauwelijks kennen.

 

Let op vet, nee, koolhydraten!

In 1992 startte het Voedingscentrum een campagne met als titel ‘Let op vet!’ Een teveel aan vet in ons voedsel zou kwalijk zijn voor onze gezondheid en de reden zijn voor de oprukkende obesitas. Later kwam het inzicht dat de aard van het vet een belangrijke rol speelde; onverzadigd zou beter zijn dan verzadigd. Maar inmiddels wordt er binnen de wetenschap getwijfeld over de slechte invloed van verzadigd vet.

Aanvankelijk propageerden vooral dieetgoeroes het vermijden van koolhydraten als afslankdieet. Inmiddels is er een groeiend aantal voedingsdeskundigen dat meent dat het vooral koolhydraten zijn die ons insulinehuishouding van slag brengen en daardoor de deur opzetten voor overgewicht en de kwalen die die conditie met zich meebrengen. Suikers, granen en andere bronnen van makkelijk opneembare koolhydraten worden steeds wantrouwender bekeken.

 

Of wacht, het zijn de vezels!

Voedingsvezel lijkt de nieuwe hype in de wereld van voedingsadvies te zijn. Fermenteerbare of oplosbare en niet fermenteerbare of niet oplosbare vezels, die uitsluitend in plantaardige ingrediënten zitten, blijken zeer belangrijk, niet alleen voor het functioneren van onze ingewanden, maar voor ons algehele welzijn. Waar tot vijf jaar geleden bij de staatjes voor voedingswaarden op producten en bij recepten alleen calorieën, koolhydraten, eiwitten, vet (tegenwoordig uitgesplitst) en zout werden vermeld, is daar nu voedingsvezel bij gekomen.

 

Toekomst

De inzichten en kennis omtrent voeding veranderen per decennium, per jaar, per maand soms. Hoe zal de voedingswetenschap over een generatie kijken naar onze opvattingen over gezond eten? We weten het niet. De kans dat er echter een ingrediënt wordt ontdekt of een product wordt ontwikkeld dat de Bron van de Eeuwige (Gezonde) Jeugd blijkt, is miniem. Vandaar dat het advies blijft toch vooral gevarieerd te eten, met flink groente en fruit, en matigheid te betrachten. Verder speelt het lekker maken van de maaltijd en de sociale context – met anderen eten, er genoegen uit halen – ook een positieve rol bij het onderhouden van de gezondheid.

 

***

Wie houdt er van truffels? En van Italië? 19-22 oktober begeleid ik een korte, spannende truffelreis naar de Marken. Vorig jaar was het een groot succes, dit jaar uiteraard weer. Flitsreis mee naar de nazomer! Klik hier voor details.

5 reacties op “Eet je gezond – voedsel als medicijn, een historisch overzicht

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.